Tijdens de vlucht is de luchtdruk in de cabine anders dan waaraan we op de grond blootgesteld zijn. Dit komt doordat de atmosferische druk met de toenemende hoogte afneemt (gedeeltelijk gecompenseerd door het verhogen van de druk in de cabine), waardoor de hoeveelheid gas in het lichaam toeneemt. Dit merkt men bijvoorbeeld aan de oren die lijken te “barsten” en het uitzetten van de ingewanden.
Gezonde personen ondervinden geen problemen als gevolg van het accelereren en het verminderen van snelheid van vliegtuigen bij het opstijgen en landen. Maar voor passagiers met ernstige circulatieproblemen of een gestoorde bloedcirculatie kan het ongewenste gevolgen hebben.
Op de hoogte waarop de commerciële vliegtuigen vliegen, met drukcabine, is het niet nodig om zuurstof aan de passagiers te verstrekken.
In de cabine van de commerciële vliegtuigen is de atmosferische druk gelijk aan ongeveer 2000 meter hoogte. Een gezond lichaam kan zich hieraan aanpassen.






